Ruitentikkers
Wij waren naakt, ge hebt ons niet gekleed,
Wij waren hongerig, ge gaaft ons niet te eten.
Uw overdaad hebt gij in zee gesmeten
En met goed graan hebt gij uw vuur geheet.
Wij waren hongerig, ge gaaft ons niet te eten.
Uw overdaad hebt gij in zee gesmeten
En met goed graan hebt gij uw vuur geheet.
De grauwe ellende van ons groeiend leed
Nam u den geur niet en den smaak van 't eten.
In uw schouwvensters hebt ge rijk en breed
Uw tartend' overvloed voor ons oog uitgemeten.
Nam u den geur niet en den smaak van 't eten.
In uw schouwvensters hebt ge rijk en breed
Uw tartend' overvloed voor ons oog uitgemeten.
In onze spieren, sterk en onversleten,
In ons jong bloed brandt de begeerte heet
Naar 's levens volheid, diep en ongemeten.
In ons jong bloed brandt de begeerte heet
Naar 's levens volheid, diep en ongemeten.
Ik houd een klinker in mijn hand gereed.
Achter de scherven, rinklend ingesmeten,
Grijp ik mijn deel aan leve' en liefde beet.
Achter de scherven, rinklend ingesmeten,
Grijp ik mijn deel aan leve' en liefde beet.
Freek van Leeuwen (1905-1968)
* * *
Samenvatting
Een gedicht uit Nederland.
Trefwoorden
Basisinformatie
- Herkomst: Nederland
- Verhaalsoort: gedicht
- Leeftijd: vanaf 15 jaar
- Verteltijd: ca. 1 minuut
Populair
Verder lezen